In de techsector vliegen de superlatieven over kunstmatige intelligentie je dagelijks om de oren. We praten over biljoenen parameters, grensverleggende LLM’s en chips die tienduizenden euro’s per stuk kosten. Achter al die abstracte rekenkracht schuilt echter een loodzware fysieke realiteit. Voordat een AI-cluster ook maar één token kan genereren, moeten er tonnen staal, betonnen stations en zware transformatoren worden geplaatst, vergezeld door tienduizenden kilometers glasvezel in de grond.
Tijdens het event Built to Connect in het Belgische Rijkevorsel, net over de grens bij Breda, opende supplychainpartner Netceed de deuren van een vernieuwde faciliteit. ICT Magazine was erbij en we kregen een zeldzaam kijkje in de machinekamer van de Europese telecom-, energie- en datacentertransitie.
Netceed klinkt de gemiddelde IT-professional wellicht niet direct bekend in de oren, maar het concern heeft inmiddels zo’n 19.000 klanten, wereldwijd. Wie denkt dat het bedrijf enkel dozen schuift vanuit een anoniem distributiecentrum, slaat de plank mis. In gesprek met Robert Kresing, Managing Director EMEA bij Netceed, werd de werkelijke rol in de markt snel duidelijk. Netceed fungeert als de logistieke en technische regisseur die partijen verbindt met telecomoperators, hyperscalers en netbeheerders.
“In het hart zijn we een distributiebedrijf, maar we opereren in een driehoek waarin we leveranciers en eindklanten met elkaar verbinden en de daadwerkelijke uitwisseling faciliteren. Wij zijn een echte partner en gaan verder dan alleen componenten en leveren op maat gemaakte, totaaloplossingen die problemen oplossen en waarde op lange termijn creëren,” legt Kresing uit. Grote fabrikanten hebben doorgaans geen trek in het optuigen van eigen fijnmazige distributiekanalen en magazijnen in ieder afzonderlijk Europees land. Aan de andere kant wil een aannemer of telecomaanbieder niet dertig verschillende inkooporders met dertig verschillende levertijden beheren.
Netceed koopt componenten grootschalig in, neemt deze op de eigen balans en levert complete installatiepakketten just-in-time af op de bouwplaats of bij de dataroom. Daarmee treedt de onderneming in feite op als een financiële en logistieke buffer in een markt waar levertijden tegenwoordig over projecten beslissen.
Van doorvoermagazijn naar assemblagefabriek
De locatie in Rijkevorsel vertelt wat dat betreft een veelzeggend verhaal over de evolutie van het bedrijf. Wie de enorme hal binnenstapt, ziet weliswaar rijenhoge stellingen vol glasvezelhaspels, mantelbuizen en serverracks staan, maar een traditioneel doorvoermagazijn is dit allang niet meer. Slechts de helft van de oppervlakte dient nog voor reguliere opslag en distributie ten behoeve van de Belgische telecommarkt.

De overige vijftig procent is getransformeerd tot een volwaardige engineering- en assemblagefabriek. Het gebouw werd ooit ontworpen volgens de filosofie van een autofabriek, compleet met grondpoorten en kraanbanen waar ruwe materialen aan de ene kant binnenkomen en kant-en-klaar geassembleerde stations aan de andere kant naar buiten rollen.
Die transformatie weerspiegelt de drie strategische pijlers waarop Netceed leunt: breedband en telecom, datacenters en energie. Rijkevorsel is volgens Kresing momenteel de enige locatie binnen de groep waar die drie domeinen fysiek samenkomen. “Of je nu een telecom-PoP bouwt, een transformatorstation voor het stroomnetwerk assembleert of een modulair datacenter inricht: al die werelden raken elkaar op de werkvloer,” licht hij toe. Juist de energiesector groeit explosief door netcongestie en elektrificatie. Waar aannemers en netbeheerders voorheen langs elkaar heen werkten, zien toeleveranciers de disciplines steeds vaker in dezelfde sleuven en behuizingen samenkomen.



De verschillen tussen de Nederlandse en Belgische markt
Netceed opereert in de Benelux vanuit twee belangrijke ankerpunten. Naast de centrale faciliteit in Rijkevorsel beschikt de organisatie over een kantoor in Breda en is zij actief binnen brancheverenigingen zoals NLconnect en de Dutch Data Center Association. Toch verschilt de marktdynamiek tussen beide landen aanzienlijk. Waar Nederland de grootschalige aanleg van glasvezel naar woningen al grotendeels achter de rug heeft en vooral focust op onderhoud, verdichting en zware datacenterclusters rondom Amsterdam, bevindt België zich momenteel midden in de piek van de FTTx-uitrol.
“Nederland en België vissen in twee compleet verschillende vijvers,” verduidelijkt Kresing. “In Nederland is de uitrolfase voor breedband nagenoeg afgerond, terwijl België zich op het hoogtepunt bevindt en naar verwachting rond 2027 piekt. Bovendien zou de Belgische telecomoperatie fysiek simpelweg nooit in het kantoor in Breda passen; die markt is voor ons op dit moment qua volume vele malen groter.” Vanuit Breda bedient Netceed de Nederlandse markt met specialistische datacentercomponenten en bevoorrading voor de energietransitie, terwijl Rijkevorsel fungeert als assemblage- en doorvoerhub voor heel Europa.
Binnenkijken in de modulaire PoP: van straatkast tot bomvrije bunker
Om te begrijpen wat er fysiek gebeurt op het snijvlak van telecommunicatie, energie en datacenters, gaf Chief Technology Officer Koen Devolder ons een uitgebreide rondleiding langs de verschillende units die in de productiehal stonden opgesteld. Centraal in het portfolio staan de zogeheten Points of Presence, oftewel PoP’s. Dit zijn de geprefabriceerde technische behuizingen die men doorgaans langs spoorlijnen, aan de rand van woonwijken of op industrieterreinen aantreft. Ze vormen de fysieke schakel tussen het centrale netwerk en de duizenden individuele aansluitingen in de omgeving.
Devolder toonde onder meer de straatkasten die in België worden uitgerold voor providers. Waar een consument bij een overstap naar een andere provider vroeger dagen moest wachten tot een monteur fysiek een kabeltje in een wijkkast kwam omprikken, heeft Netceed samen met de operator een geautomatiseerde patchkast ontwikkeld. “Ik vergelijk het altijd met de telefoniste van vroeger,” legt Devolder uit. “Als je naar Amerika belde, stak een dame handmatig een plug in het bord. Wij hebben dat nu volledig geautomatiseerd. Gaat een klant over naar een andere aanbieder, dan drukt men op de knop en binnen twee tot drie seconden ben je fysiek omgepatcht.”

Even verderop stonden de zwaardere betonnen units opgesteld, zoals de stations die worden ingezet voor verschillende providers van de Belgische markt, maar ook exemplaren bestemd voor skigebieden in Oostenrijk om 5G- en breedbandverbindingen onder barre weersomstandigheden in de lucht te houden. Binnenin zo’n behuizing is alles tot op de millimeter georganiseerd. Tientallen cassettes liggen netjes gerangschikt om de flinterdunne glasvezels te geleiden. Eén verkeerde knik in zo’n kabel en het signaal valt dood door vezelbreuk. Daarnaast herbergt elke behuizing een eigen stroomverdeling met zekeringen, overspanningsbeveiliging en een omvangrijk batterijpakket. “Als er geen stroom is, moet het station altijd blijven doordraaien,” benadrukt Devolder. “Vierentwintig uur is daarbij de absolute ondergrens.”
De eisen aan dit soort infrastructuur worden ondertussen met de maand extremer. Netceed beschikt over een speciaal aangeschafte kraan die tot zestig ton kan tillen. Waar een standaard telecom-PoP zo’n achttien ton weegt, assembleert Netceed in toenemende mate zwaar gepantserde betonnen behuizingen voor defensiedoeleinden. “Deze units wegen al snel vijftig ton en worden speciaal gebouwd om bominslagen tot vijftig kilo te weerstaan,” aldus Devolder. In een geopolitiek onrustig Europa neemt de vraag naar dergelijke gedecentraliseerde, fysiek zwaarbeveiligde locaties in hoog tempo toe.



AI claimt de wereldwijde toeleveringsketen
Het meest urgente gespreksonderwerp tijdens het evenement was echter de ongeremde honger van kunstmatige intelligentie naar fysieke componenten. De AI-hausse wordt vrijwel volledig gedomineerd door een handvol Amerikaanse techreuzen zoals Microsoft, AWS, Google, Meta en Oracle. Deze bedrijven leggen momenteel zo’n groot deel van de wereldwijde productiecapaciteit vast, dat andere afnemers voor de komende jaren uit de toeleveringsketen worden gedrukt. “Hyperscalers hebben voor de komende jaren in feite een aanzienlijk deel van de productiecapaciteit voor optische kabels bij veel wereldwijd opererende, verticaal geïntegreerde leveranciers weten te bemachtigen”, legt Kresing uit.
Dat veroorzaakt een gevaarlijk domino-effect. De basis van elke glasvezelkabel is de zogeheten preform, de massieve glazen cilinder waaruit de flinterdunne vezels worden getrokken. Wereldwijd zijn er slechts enkele spelers die deze grondstof zelf produceren. Deze fabrikanten zijn vrijwel volledig geïntegreerd, terwijl de kleinere kabelbedrijven traditioneel gezien die preforms inkopen bij de grote concerns. “Nu de vraag explosief stijgt, gebruiken die grote, vrijwel geïntegreerde fabrikanten die prefabs voor hun eigen kabelproductie om het zeer gewilde eindproduct met een hogere prijs te verkopen,” legt Kresing uit. “Daardoor loopt de hele keten vast. Zelfs grote namen komen in de problemen omdat ze geen preforms meer krijgen. En even een nieuwe fabriek bouwen? Dat kost je minimaal twee jaar, plus nog eens acht maanden om de vereiste kwaliteit te halen. Het is net als met een staalfabriek: die zet je niet zomaar even aan of uit.”
Volgens Kresing is de aloude discussie over inkoopprijzen in de B2B-sector daardoor naar het tweede plan verdwenen. “In deze markt gaat het op dit moment niet meer primair om de prijs, maar om beschikbaarheid,” stelt Kresing nuchter vast. “De partij die kan leveren, verkoopt. De hoofdvraag is vandaag de dag niet wat je betaalt, maar of je het product überhaupt in handen krijgt.” Voor zware transformatoren die middenspanning omzetten voor datacenters lopen de levertijden inmiddels op tot twee jaar. Netceed probeert deze schaarste te pareren door jaren van tevoren allocaties vast te leggen en voorraden af te dekken, waardoor lokale aannemers en telecomaanbieders niet worden verdrongen door het inkoopgeweld van de Amerikaanse techgiganten.
Netcongestie dwingt tot modulaire datacenters
Naast het tekort aan componenten vormt de energietransitie de grootste rem op innovatie. Zowel in Nederland als in België zit het elektriciteitsnet op talloze plekken muurvast. Een nieuw megadatacenter neerzetten is in grote delen van West-Europa simpelweg een utopie geworden vanwege het ontbreken van vrije netcapaciteit. Deze netcongestie stuurt de sector rechtstreeks in de armen van modulaire en gedecentraliseerde oplossingen.
Tijdens de presentaties en workshops van partners werd duidelijk hoe die modulaire filosofie vorm krijgt. Met prefab modulaire concepten worden transformatorkasten, middenspanningsschakelaars en UPS-pods in afzonderlijke plug-and-play-blokken opgebouwd.

In Rijkevorsel zagen we hoe dergelijke prefab units worden ingericht als compacte edge datacenters. Een behuizing kan compleet worden voorzien van rack containment, geavanceerde direct-to-chip vloeistofkoeling, noodstroom en stroomverdelers. Waar een traditioneel serverrack vroeger genoeg had aan enkele kilowatts, slurpt een AI-rack gevuld met moderne GPU’s met gemak honderdvijftig kilowatt. Dat vraagt om radicale koelmethodes en engineering op de vierkante meter. Bedrijven kunnen dergelijke modulaire stations plug-and-play in een bestaande loods plaatsen of koppelen aan een lokale industriële stroomaansluiting, waarmee langdurige vergunningstrajecten en netverzwaringen deels worden omzeild.
De lucratieve markt van retrofitting
Bovendien ontstaat er een interessante vervangingsmarkt. “Met een datacenter van drie tot vier jaar oud loop je vandaag de dag eigenlijk al achter de feiten aan,” vertelt Kresing. Omdat locaties met een toereikende stroomaansluiting uiterst schaars zijn, richten exploitanten zich massaal op retrofitting. “Wanneer je beschikt over een operationeel datacenter met voldoende stroomtoewijzing, zit je in feite op een goudmijn. Nieuwe GPU’s bieden veel meer rekenkracht op minder oppervlakte, maar vragen wel om een rigoureuze herinrichting. Je vervangt niet simpelweg een processor; het dwingt tot een complete herziening van je koeling, containment en warmteafvoer. Het opnieuw ontwerpen en upgraden van bestaande datacenters ontwikkelt zich voor ons dan ook tot een substantiële groeimarkt.”
De schep verkopen tijdens de goudkoorts
Kresing relativeert de huidige AI-hype nuchter met de bekende vergelijking over de goudkoorts: “In de media gaat het vrijwel altijd over de glansrijke wereld van Nvidia, Amazon of Microsoft, maar uiteindelijk zitten wij in de business van het verkopen van schoppen. Of AWS straks de overhand heeft, OpenAI of Google: zolang er gebouwd en geïnvesteerd blijft worden, leveren wij het materieel.”
De bijeenkomst in Rijkevorsel maakte eens te meer duidelijk dat de digitale economie niet zweeft in een abstracte cloud. Zelfs de meest geavanceerde AI-modellen leunen uiteindelijk op duizenden tonnen gewapend beton, dikke mantelbuizen, flinterdunne glasvezels en uitgekiende noodstroomvoorzieningen. Het op tijd ontwerpen, pre-assembleren en leveren van die apparatuur is minstens zo complex als het trainen van de onderliggende neurale netwerken. Terwijl de techwereld discussieert over de nieuwste softwaremodellen, wordt in de assemblagehallen langs de Belgisch-Nederlandse grens bepaald hoe snel die digitale toekomst daadwerkelijk werkelijkheid kan worden.