De Vlaamse overheid investeerde ruim 5,6 miljoen euro in de uitrol van Microsoft Copilot voor ongeveer 10.000 medewerkers. De AI-assistent moet administratieve processen versnellen, repetitieve taken verlichten en de productiviteit verhogen. Maar waarop is die verwachte productiviteitswinst gebaseerd? En wat met privacy en digitale soevereiniteit?
Democratisch, transparant, doelgericht en respectvol. Dat waren de vier principes op basis waarvan de Vlaamse overheid haar AI-pad had geplaveid, zo vertelde minister-president Matthias Diependaele een jaar geleden bij de start van het project. “We implementeren AI met wijsheid, niet met haast”, zo stelde Diependaele in een begeleidend filmpje.
Grootste contract van Europa
De uitrol past in een bredere beweging waarbij overheden experimenteren met generatieve AI om hun dienstverlening efficiënter te organiseren. Al is het project bij de Vlaamse overheid niet min: het was toen het grootste Copilot-overheidscontract van Europa.
Eén jaar later doet een recent onderzoek van Apache een evaluatie van het publieke Copilot-project. Daarbij gaat het niet alleen over de efficiëntie en productiviteit van AI, maar ook over andere elementen.
1. Productiviteit: beloften versus bewijs
De belangrijkste motivatie voor de AI-investering bij de Vlaamse overheid is efficiëntiewinst. Copilot ondersteunt medewerkers bij het samenvatten van documenten, het opstellen van e-mails, het verwerken van vergadernotities en het terugvinden van informatie binnen Microsoft 365.
De onderbouwing van die meerwaarde steunde aanvankelijk grotendeels op bronnen van Microsoft zelf en op een beperkt pilootproject. Zo verwees het Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agodi) naar uitspraken van Microsoft-CEO Satya Nadella en naar een Microsoft-enquête uit 2023 waarin Copilot positief werd geëvalueerd.
Volgens Apache steunde de oorspronkelijke businesscase grotendeels op een pilootproject met 235 deelnemers, waarvan slechts ongeveer de helft de eindbevraging invulde. Hoewel een deel van de gebruikers tijdswinst rapporteerde, gaf ongeveer de helft aan geen merkbare efficiëntiewinst te ervaren. Digitaal Vlaanderen voert intussen bijkomende impactmetingen uit, waarvan de definitieve resultaten nog gepubliceerd moeten worden.
Volgens Zuzanna Warso, onderzoeksdirecteur bij denktank Open Future, is dat iets wat wel vaker opduikt. “Openbare instellingen gebruiken AI-tools zonder serieus en onafhankelijk te beoordelen of de technologie daadwerkelijk doet wat de makers beweren dat ze doet.”
2. Privacy: niet helemaal volgens GDPR
Naast productiviteit brengt generatieve AI ook andere vragen (en risico’s) met zich mee. AI-systemen verwerken grote hoeveelheden informatie en stellen daardoor hogere eisen aan gegevensbescherming, governance en transparantie.
Apache verwijst naar interne documenten waarin Digitaal Vlaanderen zelf erkent dat Copilot op verschillende punten niet volledig voldoet aan de vereisten van de GDPR. Zo blijken er bijvoorbeeld problemen met de rechten van gebruikers en met nauwkeurigheid.
Tegelijk blijven zogenaamde hallucinaties een gekend aandachtspunt bij generatieve AI. Daarom benadrukt de Vlaamse overheid dat de AI-assistent van Microsoft uitsluitend bedoeld is als ondersteunend hulpmiddel en dat medewerkers de gegenereerde output steeds moeten controleren.
Dat illustreert meteen een spanningsveld waarmee veel organisaties vandaag worstelen: artificiële intelligentie kan administratieve processen versnellen, maar vraagt tegelijk extra aandacht voor kwaliteitscontrole en verantwoord gebruik, wat dan weer inhakt op de gewonnen tijdwinst.
3. Digitale soevereiniteit: geen alternatieven
Omdat de Vlaamse overheid al jarenlang werkt met Microsoft 365, lag Copilot als uitbreiding van die omgeving voor de hand. De keuze sluit aan bij het raamcontract voor zogeheten werkplekdiensten dat ICT-dienstverlener Cegeka in 2022 binnenhaalde en dat nog loopt tot 2029.
Tegelijk benadrukt de Vlaamse overheid dat de Copilot-uitrol een lerend traject is en dat bijkomende impactmetingen nog lopen. Die resultaten moeten mee bepalen hoe generatieve AI de komende jaren verder wordt ingezet. Volgens de overheid gaat het daarbij niet alleen om de technologie zelf, maar ook om de manier waarop die verantwoord kan worden ingezet. Bij de start van het project stelde minister-president Matthias Diependaele dan ook dat Vlaanderen “niet alleen de technologie van morgen verkent, maar er ook mee vorm aan geeft”.
Toch roept die aanpak vragen op. Tijdens het pilootproject werden geen andere AI-assistenten grondig getest of met Copilot vergeleken. Volgens Zuzanna Warso, onderzoeksdirecteur bij denktank Open Future, past de Vlaamse keuze in het bredere debat over digitale soevereiniteit.
Volgens Warso dreigen overheden daardoor hun afhankelijkheid van een beperkt aantal grote technologiebedrijven verder uit te bouwen, terwijl alternatieven nauwelijks in beeld komen. “Overheidsdiensten maken de afhankelijkheid van de VS groter met elke nieuwe Copilot-licentie.”