4min Personeel

Google’s ATLAS-onderzoek: AI-gebruik op werk breed, maar oppervlakkig

AI is vooral thuisassistent, geen banenvreter

Google’s ATLAS-onderzoek: AI-gebruik op werk breed, maar oppervlakkig

Google heeft ATLAS gepresenteerd, een grootschalig onderzoek naar hoe mensen AI gebruiken. Het rapport is gebaseerd op 15 miljoen geanonimiseerde interacties met Gemini en beslaat meer dan 150 landen en 800 beroepen. De opvallendste conclusie is dat AI-gebruik op de werkvloer weliswaar breed is geïntegreerd, maar vooralsnog oppervlakkig blijft.

Google’s AI & Economy ATLAS is een doorlopende studie naar het gebruik van zijn AI-producten. De dataset is opgebouwd uit 15 miljoen geanonimiseerde interacties via de Gemini App, AI Mode en de Gemini API. Die tools worden samen door meer dan een miljard mensen per maand gebruikt.

Volgens Google beslaan de inzichten ruim 150 landen, 140 talen, 800 beroepen en 4.000 taken. Het bedrijf noemt ATLAS “Het meest complete beeld tot nu toe van hoe mensen AI op grote schaal in de praktijk gebruiken.” Dat schaalgevoel is niet nieuw voor Google. In een analyse rondom Gemini 3 meldde het bedrijf al dat de Gemini-app meer dan 650 miljoen actieve gebruikers telt.

Breed maar oppervlakkig gebruik op het werk

Op de werkvloer wordt AI in vrijwel alle sectoren ingezet. ATLAS registreert gebruik in 68 procent van alle beroepen, samen goed voor 90 procent van de Amerikaanse werkgelegenheid. Maar binnen die banen blijft het gebruik wel beperkt. In een doorsnee baan wordt AI voor slechts zo’n 21 procent van de taken ingezet, aldus Google.

Volledige automatisering komt nog weinig voor. Minder dan 10 procent van de werkgerelateerde interacties automatiseert een taak helemaal. Het merendeel draait om samenwerking. Daarbij kan gedacht worden aan het genereren van ideeën, strategie, informatie opzoeken en leren. Ook fysieke en technische beroepen doen mee. Industriële mechanici gebruiken conversational AI bijvoorbeeld voor diagnostiek en het interpreteren van testresultaten. Zij grijpen twee keer zo vaak naar multimodale AI.

Meeste gebruik gebeurt thuis

Ruim 86 procent van de interacties in ATLAS vindt buiten het werk plaats. Mensen zetten AI in voor huishoudelijke taken en vooral voor administratieve klussen met veel wrijving, zoals belastingen, vergunningen en boetes. Google stelt dat deze waarde vaak buiten de standaard economische metingen valt.

Wereldwijd volgt de adoptie grotendeels het bbp per hoofd van de bevolking, wat volgens Google zorgen oproept over een blijvende digitale kloof. Engels is goed voor slechts een derde van de gesprekken. Dat AI-gebruik meebeweegt met welvaart komt overeen met breder onderzoek. Zo loopt Nederland volgens een studie in opdracht van Google jaarlijks tot 8,1 miljard euro economische groei mis door trage AI-adoptie.

Techniek, privacy en kanttekeningen

ATLAS draait op OCTO, een tool van Google DeepMind die grote hoeveelheden ongestructureerde gespreksdata categoriseert en analyseert. Google benadrukt dat persoonlijke gegevens worden verwijderd en dat samenvattingen worden geaggregeerd tot groepen van meerdere gebruikers. Toch kleeft er een duidelijke ‘wij-van-WC-Eend’-kant aan het onderzoek. Zo is de data is uitsluitend gebaseerd op het gebruik van Google’s eigen AI-tools. Modellen van concurrenten zoals OpenAI of Anthropic zijn niet meegenomen.

Bovendien valt zakelijk gebruik via enterprise-omgevingen zoals Gemini Enterprise buiten deze eerste dataset. Op die zakelijke markt heeft Google sowieso nog een inhaalslag te maken. Uit een recent gebruiksonderzoek onder DeskTime-gebruikers blijkt een gebruiksaandeel van 14,4 procent voor Gemini, ruim achter marktleider ChatGPT.

Google noemt v1.0 desondanks het begin van een langlopend project en gaat samenwerken met academische onderzoekers om de dataset in de toekomst verder uit te breiden.

Strategische zet of waardevolle transparantie?

Dat Google deze data nu deelt, is zowel waardevol als strategisch slim. Aan de ene kant brengt de studie van 15 miljoen interacties broodnodige nuance. De markt hangt immers aan elkaar van wilde beloftes over AI die complete afdelingen overneemt. Google onderbouwt dat nu met harde cijfers en werkt daarvoor samen met economen van MIT en Cambridge.

Aan de andere kant dient het rapport ook een PR-belang. De conclusie dat AI een assistent is en geen banenvreter, tempert de angst voor massale werkloosheid en strengere regelgeving. Tegelijkertijd laat Google met zo’n gigantische dataset nog maar eens zien hoe machtig het Gemini-ecosysteem inmiddels is.