8min Ondernemen

De vele kansen (en valkuilen) van een private cloud

De vele kansen (en valkuilen) van een private cloud

Een private cloud biedt idealiter beheersbare kosten, betrouwbare operaties en efficiëntie met eenvoudig beheer. Maar Lemontree weet als geen ander dat die gemakken niet zomaar ontstaan: zorgvuldig voorwerk en de inzet van HPE SimpliVity kunnen van een deployment een succes maken. We spreken erover met Lemontree-CEO Sjoerd Eckhardt en CTO Chris Ketting.

Eenvoud is vaak een belofte onder zowel vendoren als IT-dienstverleners, maar het verhaal erachter is veelal complex. Denk aan het feit dat de vereisten van organisaties veranderen door de jaren heen; wat tijdens de uitrol een perfect geschaalde, overzichtelijke oplossing was, blijkt kort daarna te krap of te rigide. Het gevolg is dat klanten zelf gaan sleutelen aan hun IT-systemen, en daar komt zelden overzicht uit voort. “De truc is dat je een omgeving aan de voorkant van een passend formaat voorziet,” zegt Eckhardt. “Wij weten een omgeving altijd zo te sizen dat die vijf jaar te gebruiken is zonder dat er extra investeringen nodig zijn.” Dat vergt wel professioneel platformbeheer om proactief ervoor te zorgen dat de hygiëne van de IT-omgeving in orde blijft.

Eenvoud is complex

HPE SimpliVity is in de basis een eenvoudig te beheren omgeving. Lemontree proeft er zelf de voordelen van en geeft daarom 30 procent korting op de beheer-fee voor alles wat bij een klant op het platform draait. “In de praktijk hebben we er gewoon heel weinig handeling aan,” zegt Ketting. Ter vergelijking noemt hij de Hyper-V-omgevingen die Lemontree beheert: daar zit aanzienlijk meer werk in dan in de omgevingen op SimpliVity. Ook updates vragen weinig aandacht. De update manager omvat de complete stack, zodat niemand zelf hoeft uit te zoeken welke software- en firmwareversies met elkaar samenwerken. “Je doet vooraf een aantal controles of de omgeving gezond is, en daarna hebben we naar het updateproces eigenlijk geen omkijken meer.”

Die lagere werklast komt echter niet vanzelf; een goed begin is het halve werk. “Wij hebben vaste standaarden om de inrichting zo snel mogelijk op het juiste niveau te krijgen,” vertelt Eckhardt. Zo liggen de configuraties voor back-ups van tevoren vast op basis van hoe kritiek een systeem is, hoe snel data terug moet zijn en hoeveel data een organisatie mag verliezen. Wie dat per klant opnieuw uitvindt, is er onnodig veel tijd aan kwijt.

Klanten blijven wel aan zet waar mogelijk. Bij grote organisaties krijgen ze via delegated control toegang tot de hypervisor om VM’s uit te rollen en te beheren; bij kleinere organisaties beheert Lemontree doorgaans de volledige stack, legt Ketting uit. De SimpliVity-laag zelf, de storage en de back-upinrichting houdt de dienstverlener echter altijd in eigen hand. “Het is niet alsof je in de cockpit van een vliegtuig zit, waar elk knopje potentieel een calamiteit veroorzaakt,” zegt Eckhardt. “Dat valt allemaal relatief mee. Maar de knopjes waar je echt niet aan moet zitten, zitten afgeschermd achter een andere laag.”

Het resultaat is een klantenbestand dat vasthoudt aan HPE SimpliVity en Lemontree. “Klanten die bij ons op SimpliVity zijn geland, gaan er eigenlijk niet meer vanaf,” vertelt Eckhardt. “Als ze de omgeving moeten vernieuwen, wordt het weer SimpliVity, omdat het gewoon zo stabiel en betaalbaar is. Als je het goed neerzet in een redundante omgeving, heb je een ijzersterk product staan.”

Waar moet je op letten?

Soms gaat het alsnog mis. Het patroon is wat dat betreft consistent, aldus Ketting. “Als we gebeld worden over een SimpliVity-omgeving die plat is gegaan, wordt deze niet beheerd door ons en heeft de klant iets niet in de gaten gehouden.” Soms schakelt HPE Lemontree in als doorgewinterde specialist. De IT-dienstverlener werkt namelijk al sinds 2014 met het platform, nog voordat HPE het overnam. Ketting heeft in een training destijds expres “alle dingen gedaan die je in de praktijk niet moet doen” binnen SimpliVity. Eckhardt: “We hebben klanten gehad die zeiden dat ze het zelf wel gingen aansluiten. Als je niet weet wat je doet, kun je zo’n omgeving relatief snel instabiel maken.”

De eerste echte valkuil is storagecapaciteit. Back-ups op SimpliVity worden gededupliceerd en gecomprimeerd, maar nemen nog wel ruimte in. “Ondanks [deduplicatie en compressie] kunnen ze uiteindelijk toch best veel ruimte innemen op een platform,” waarschuwt Ketting. Eckhardt geeft het voorbeeld van een klant die het te goed wil doen: “Als je van elk systeem elke vijf minuten een back-up maakt met vijf jaar retentie, loopt het platform gewoon vol met pointers. Daar moet je slimmer mee omgaan.”

Dat slimmer omgaan komt neer op een tweedeling. De ingebouwde back-up van SimpliVity is bedoeld voor de korte termijn, specifiek voor snelle restores. Ketting herinnert zich een fileserver van een terabyte die teruggezet moest worden. “De besluitvorming om tot een restore te komen duurde langer dan de restore van de VM zelf. Toen de klant zei ‘zet de back-up van gisteren maar terug’, was het vijf, zes minuten later klaar.” Voor langetermijnretentie adviseert Lemontree juist een oplossing buiten het platform, zoals Veeam. Die is platformonafhankelijk: een back-up kan worden teruggezet naar de cloud, on-premises, VMware, VM Essentials of fysieke hardware. Dat argument weegt nu zwaarder dan ooit, want wie van VMware naar HPE VM Essentials migreert, kan de SimpliVity-back-ups van het VMware-platform niet meenemen.

De grenzen van het platform

De tweede valkuil zit in de architectuur. Lemontree bouwt geregeld geografische clusters over twee datacenters, en daar zoek je volgens Ketting de grenzen van het platform op. “Als een van de twee sites plat gaat, moet de andere locatie doordraaien en moeten de uitgevallen VM’s daar opnieuw opstarten. Voordat we live gaan, testen we dat functioneel: we trekken kabels eruit en kijken of de respons is wat we verwachten. Dat wil je niet in productie ontdekken.” Wat SimpliVity voor klanten oplost, vat hij samen in één woord: continuïteit, eventueel met een uitwijk voor als de primaire locatie plat gaat.

Die opzet is bij Lemontree gemeengoed. Eckhardt noemt enkele kritieke sectoren als thuisbasis van SimpliVity: zorg, logistiek en industrie, waar organisaties niet afhankelijk willen zijn van een internetverbinding of een deel van het applicatielandschap simpelweg te duur vinden om continu in de cloud te laten draaien. “De infrastructuur die je huurt van een ander is altijd duurder dan degene die je zelf koopt.”

De stap naar VM Essentials

De derde valkuil is gebonden aan de factor Broadcom. De overstap van VMware naar HPE VM Essentials is dankzij de hoge kosten voor eerstgenoemde aantrekkelijk. “Al onze klanten kijken hoe ze hun footprint op VMware kunnen verminderen,” zegt Eckhardt. “We hebben prijsverhogingen gezien van maal vijf, en bij een klant zelfs maal tien.” De onvoorspelbaarheid van Broadcom weegt daarbij minstens zo zwaar als de prijs. “Je weet niet of ze volgend jaar of over twee jaar alle licentievoorwaarden weer op hun kop gooien.” Ketting wijst op vSphere: “Je krijgt waanzinnig veel functionaliteit, maar als een Nederlandse organisatie daar maar een klein stukje van gebruikt, is dat gewoon niet meer te verkopen.”

Lemontree begeleidt inmiddels de eerste klant naar VM Essentials, maar de overstap is niet altijd een kwestie van software. Klanten die al lang bij Lemontree zitten, draaien vaak nog op Gen10- of Gen10 Plus-hardware, en daar draait VME niet op. Op Gen11 is het geen probleem, nuanceert Ketting, maar dat betekent dat aan de migratie vaak een hardware-refresh vastzit. Gelukkig is zo’n refresh binnen SimpliVity volgens Eckhardt te behappen. Het is wel een paar dagen werk, maar daarna synchroniseert de nieuwe omgeving naast de oude en is de uiteindelijke overstap gemakkelijk.

Er zijn echter nog zaken die VM Essentials zelf nog niet kan. Specifiek noemt Ketting Citrix Machine Creation Services, waarmee een VDI-omgeving op basis van een golden image wordt uitgerold. “Klanten met VDI werken vaak met Citrix. Die zitten nu nog even vast op het VMware-platform, maar moeten uiteindelijk ook naar VME kunnen.” Wie de overstap overweegt, doet er dus goed aan eerst de eigen workloads langs deze lijst te leggen.

Bewezen technologie

Soevereiniteit, toch wel een ‘hot topic’, is bij de klanten van Lemontree nog nauwelijks een expliciete eis. “We zien het in de RFP’s nog niet zo heel veel,” zegt Eckhardt. “Je hoort het wel, met name in de overheidsmarkt, maar daar zitten wij niet echt in.” Wat wel leeft, is de praktische variant ervan. “Als mijn bedrijf niet meer draait omdat iemand de stekker uit de oplossing heeft getrokken, dan heb ik mijn data wel, maar kan ik er niks mee.” Ketting noemt een logistieke klant wiens SimpliVity-platform na bijna vijf jaar aan vervanging toe is. Azure Virtual Desktop lag op tafel, maar de klant koos ervoor om alles in eigen beheer te houden, “zodat we voor dat stuk niet afhankelijk zijn van Microsoft”.

Wat SimpliVity na ruim tien jaar bij Lemontree onderscheidt, is volgens Eckhardt dat het geen verrassingen meer kent. “Het is bewezen en betrouwbare technologie. Je weet wat je krijgt, je weet wat het voor je doet en je weet dat je er als klant weinig omkijken naar hebt.” Dat is uiteindelijk de reden dat Lemontree er korting op durft te geven.

Lees ook: Hoe HPE SimpliVity de stap naar soevereiniteit verkleint