Microsoft test in Windows 11 een belangrijke uitbreiding van de privacy-instellingen waarmee gebruikers afzonderlijke desktopapplicaties toegang kunnen geven tot de camera, microfoon en locatiegegevens. Daarmee wordt een al jaren bestaand verschil tussen traditionele Win32-programma’s en apps uit de Microsoft Store kleiner. De nieuwe functie is aangetroffen in Windows 11 Insider Preview Build 26340.9212, die op 17 augustus 2026 via het Experimental Channel werd uitgebracht.
Tot nu toe werkte Windows bij klassieke desktopsoftware met een algemene schakelaar. Gebruikers konden bijvoorbeeld wel bepalen of desktopapps toegang mochten hebben tot de microfoon, maar niet afzonderlijk vastleggen dat Discord die toegang wel mocht krijgen en Chrome niet. Microsoft Store-apps beschikten al langer over afzonderlijke toestemmingen.
Windows 11
In de nieuwste experimentele build verandert dat. Desktopprogramma’s verschijnen voortaan als afzonderlijke vermeldingen binnen de privacy-instellingen. Zo kunnen browsers als Edge en Brave individueel worden toegestaan of geblokkeerd voor toegang tot microfoon, camera en locatie. De wijziging werd aanvankelijk opgemerkt door een Windows-tester op X en vervolgens onafhankelijk bevestigd door Windows Latest.
Toestemmingsvensters voor desktopapps
Daarnaast toont Windows in de testversie een nieuw toestemmingsvenster wanneer een desktopapp voor het eerst toegang probeert te krijgen tot bijvoorbeeld de microfoon of camera. Daarmee gaat het systeem meer lijken op smartphones en andere moderne besturingssystemen, waar gebruikers per toepassing expliciet toestemming moeten geven voor gevoelige hardware en gegevens.
Voor zakelijke omgevingen kan dat een relevante verbetering zijn. Organisaties gebruiken vaak een combinatie van browsers, videoconferentiesoftware, communicatietools en klassieke bedrijfsapplicaties. Wanneer al die programma’s onder één algemene privacyinstelling vallen, is het lastig om volgens het principe van minimale toegang te werken. Individuele toestemmingen maken het mogelijk om alleen toepassingen die daadwerkelijk een camera, microfoon of locatie nodig hebben toegang te verlenen.
Dat kan niet alleen de privacy verbeteren, maar ook het beheer en de beveiliging overzichtelijker maken. Vooral op bedrijfs-pc’s waarop veel software is geïnstalleerd, kan fijnmazige toegangscontrole voorkomen dat toepassingen onnodig gevoelige gegevens kunnen benaderen.
Windows-functie
De nieuwe functie bevindt zich echter nadrukkelijk nog in de testfase. Microsoft noemt de individuele Win32-privacyinstellingen niet in de officiële release-informatie van Build 26340.9212. De Experimental Channel wordt juist gebruikt voor functionaliteit die nog kan veranderen of zelfs volledig kan verdwijnen voordat deze een reguliere Windows-versie bereikt.
Bovendien lijkt de uitrol niet voor iedere tester gelijk te verlopen. Sommige gebruikers zien de nieuwe mogelijkheden automatisch, terwijl anderen melden dat daarvoor eerst een experimentele featureflag moet worden geactiveerd. Microsoft heeft nog niet bevestigd of en wanneer de functie beschikbaar komt voor alle Windows 11-gebruikers.
Zichtbaarheid van desktopapps
Helemaal nieuw is de zichtbaarheid van desktopapps binnen de privacy-instellingen overigens niet. Dergelijke programma’s werden al sinds Windows 10 onder een gezamenlijke instelling weergegeven. De wezenlijke verandering is dat gebruikers ze nu afzonderlijk kunnen in- en uitschakelen.
Als Microsoft de functie uiteindelijk breed uitrolt, wordt daarmee een duidelijke privacybeperking van traditionele Windows-software aangepakt. Voor consumenten betekent dat meer zeggenschap over welke programma’s mogen meekijken of meeluisteren. Voor bedrijven biedt het vooral een praktisch voordeel: gevoelige toegang kan nauwkeuriger worden beperkt tot uitsluitend de applicaties die deze daadwerkelijk nodig hebben.