Atlassian start vanaf half augustus met het trainen van AI-modellen met klantdata. Het bedrijf gebruikt daarvoor metadata en in-appgegevens uit tools als Jira en Confluence. Bij verschillende abonnementen staat dat standaard ingeschakeld. Alleen Enterprise-klanten kunnen het delen van zulke data wel volledig uitzetten.
Het bedrijf heeft dat aangekondigd in een blogpost. Metadata en in-appgegevens worden daarbij ingezet om “onze apps en AI-ervaringen voor alle klanten te verbeteren.” De uitrol van de bijbehorende instellingen is al begonnen en moet op 19 mei volledig zijn afgerond. Die koerswijziging valt op. De Atlassian CTO stelde in oktober 2025 nog uitdrukkelijk dat klantdata niet ingezet zou worden voor het trainen van AI-modellen.
De metadata die Atlassian verzamelt, omvat inhoudskenmerken bijvoorbeeld het aantal story points in een Jira-workitem of de complexiteit van een Confluence-pagina. Daarnaast kijkt het bedrijf naar veelvoorkomende zoekopdrachten en Rovo Chat-prompts. Zeldzame gegevens die mogelijk uniek zijn voor een specifieke organisatie, worden buiten beschouwing gelaten. In-appdata verwijst naar door gebruikers aangemaakt materiaal, zoals titels en inhoud van Confluence-pagina’s of beschrijvingen van Jira-workitems. Atlassian zegt beide categorieën te anonimiseren en te aggregeren.

Standaard aan voor Free en Standard, opt-in voor Premium
Of het delen van data standaard aan of uit staat, hangt af van welke abonnementen er worden gebruikt binnen een organisatie. Bij Free- en Standard-plannen staan het delen van zowel metadata als in-appdata standaard ingeschakeld. Organisaties met een Premium- of Enterprise-abonnement moeten expliciet toestemming geven voor het delen van in-appdata, dat is opt-in. Het delen van in-appdata kan door beheerders altijd worden uitgeschakeld. Metadata uitschakelen is echter alleen mogelijk bij het gebruik van een Enterprise-abonnement.
Zorgen in de community
Intussen rijzen er vragen vanuit de gebruikersgemeenschap. Zo meldde een zorgorganisatie met een gratis abonnement op het Atlassian-communityforum dat de Data Contribution-instelling niet vindbaar is in de beheerconsole. Atlassian heeft de instellingen voor gegevensbijdrage beschikbaar gemaakt via Atlassian Administration. Gebruikers ontvangen een in-appmelding zodra de instellingen voor hun organisatie beschikbaar zijn.
Atlassian onderbouwt de maatregel met een verwijzing naar betere AI-prestaties. “Hoewel we dit soort gegevens nu al gebruiken om de ervaring van uw specifieke bedrijf of organisatie te verbeteren, werken we aan een update van de manier waarop we klantmetadata en in-appgegevens gebruiken om onze apps en AI-ervaringen voor alle klanten te verbeteren.”
In ander nieuws; LinkedIn gebruikt Europese data om AI te trainen: zo maak je bezwaar
Balans tussen innovatie en privacy
De vraag of deze koerswijziging wenselijk is, leidt tot verdeelde reacties. Vanuit een technologisch perspectief is de stap logisch. AI-modellen worden krachtiger wanneer ze getraind worden met real-world data. Dat resulteert in relevantere suggesties en slimmere automatiseringen binnen Jira en Confluence. Voor Atlassian is dat essentieel om de concurrentie met andere AI-gedreven platformen aan te gaan. Gebruikers profiteren daarmee van een product dat steeds nauwer aansluit bij de werkelijke manier van werken binnen teams.
Aan de andere kant roept het beleid ethische en juridische vragen op, zeker omdat de CTO eerder nog het tegendeel beweerde. Critici wijzen erop dat privacy hiermee een ‘premium feature’ wordt. Alleen klanten die kiezen voor het duurste Enterprise-abonnement houden de volledige controle over hun metadata. Dit terwijl kleinere organisaties en non-profits dus onvrijwillig bijdragen aan de productontwikkeling van Atlassian. In sectoren waar anonimisering van metadata niet volstaat om aan strikte compliance-eisen te voldoen, kan dit leiden tot een vertrouwensbreuk en misschien wel de overstap naar alternatieven.