Europa heeft een groot deel van het afgelopen decennium gedebatteerd over de prijs van energie. Die discussie blijft van groot belang. Uit het meest recente rapport Energy Prices and Costs van de Europese Commissie blijkt dat de industriële gas- en elektriciteitsprijzen nog altijd twee tot vier keer hoger liggen dan bij de belangrijkste handelspartners van de EU.
Ik denk dat een andere factor minstens zo belangrijk wordt voor het concurrentievermogen van Europa: hoe snel bedrijven daadwerkelijk toegang kunnen krijgen tot elektriciteit. Voor ondernemingen die grote investeringen overwegen in geavanceerde productie, elektrificatie van de industrie of digitale infrastructuur, is het niet langer voldoende dat elektriciteit ergens in de toekomst beschikbaar komt.
Bedrijven hebben zekerheid nodig. Hoeveel vermogen is beschikbaar? Waar? Onder welke voorwaarden? En steeds vaker: wanneer? Voor een groeiend aantal investeringen is niet langer de prijs per megawattuur de doorslaggevende maatstaf. Het gaat om het aantal jaren tot een megawatt daadwerkelijk beschikbaar is.
Beschikbaarheid van elektriciteit wordt onderdeel van Europa’s vestigingsklimaat
Europa wil de industrieën aantrekken die de economie van de toekomst zullen dragen, terwijl tegelijkertijd de bestaande economie en essentiële voorzieningen verder elektrificeren.
Die uitdaging reikt veel verder dan alleen de industrie. Ziekenhuizen en andere essentiële voorzieningen en infrastructuur worden steeds afhankelijker van elektriciteit naarmate verwarming, vervoer en gebouwsystemen verder elektrificeren.
In Nederland hebben zorgorganisaties al gewaarschuwd dat netcongestie zowel verduurzaming als noodzakelijke bouwprojecten kan vertragen, omdat nieuwe zorglocaties en uitbreidingen van bestaande locaties afhankelijk kunnen zijn van voldoende extra netcapaciteit.
Voor bedrijven speelt diezelfde beperking steeds vaker mee in investeringsbeslissingen. Een locatie kan beschikken over goed opgeleid personeel, beschikbare grond, sterke vervoersverbindingen en nabijheid van klanten. Maar als voldoende elektriciteitsvermogen niet binnen een commercieel haalbare termijn beschikbaar kan worden gemaakt, worden die voordelen moeilijker te benutten.
Dit is inmiddels geen theoretisch probleem meer. Halverwege 2026 waren er in ten minste 16 EU-landen wachtrijen voor netaansluitingen. De Europese Commissie heeft vastgesteld dat circa 120 GW aan vergevorderde hernieuwbare-energieprojecten het risico loopt om vóór 2030 niet tijdig toegang tot het elektriciteitsnet te krijgen. De gevolgen reiken daarmee veel verder dan de energiesector alleen.
De beschikbaarheid van elektriciteit wordt zowel een economisch als een maatschappelijk infrastructuurvraagstuk. Zij bepaalt in toenemende mate waar bedrijven kunnen investeren, waar essentiële voorzieningen kunnen uitbreiden en uiteindelijk waar economische groei kan plaatsvinden. De toekomstige investeringskaart van Europa zal daarom steeds meer worden bepaald door het energiesysteem.
Ambitie is belangrijk. Realisatie is belangrijker.
Europa heeft geen gebrek aan energiestrategieën, doelstellingen of infrastructuurplannen. De uitdaging is om die plannen om te zetten in operationele infrastructuur.
Het European Network of Transmission System Operators for Electricity (ENTSO-E), de organisatie die de Europese transmissienetbeheerders vertegenwoordigt, heeft dat onderscheid expliciet gemaakt. Tijdens de European Grids Summit 2026 stelde ENTSO-E dat de belangrijkste uitdaging voor de Europese netinfrastructuur ligt in de omslag van plannen naar realiseren. Vergunningverlening, financiering, toeleveringsketens en uitvoering behoren tot de belemmeringen die nu moeten worden aangepakt. Dat onderscheid is van groot belang voor beleidsmakers, ontwikkelaars en investeerders.
Geplande infrastructuur voorziet bedrijven niet van elektriciteit. Operationele infrastructuur wel. Hetzelfde principe geldt voor het gehele energiesysteem. Een project creëert economische waarde wanneer het daadwerkelijk kan worden vergund, gefinancierd, aangesloten en geëxploiteerd — niet wanneer het voor het eerst in een strategiedocument verschijnt. Daarom kunnen infrastructuurbeleid en economisch beleid niet langer als afzonderlijke dossiers worden behandeld.
Van energiebeleid naar economische infrastructuur
Europa moet de beschikbaarheid van elektriciteit steeds meer benaderen zoals het ook transportverbindingen, digitale connectiviteit of toegang tot kapitaal benadert: als een fundamentele voorwaarde voor economische ontwikkeling. Dat betekent niet dat er ongecontroleerd moet worden gebouwd of dat iedere toekomstige bron van vraag exact moet worden voorspeld.
Het betekent eerder plannen, beter coördineren en erkennen dat opwekking, netwerken, opslag en vraag gezamenlijk de infrastructuuromgeving vormen waarin bedrijven besluiten of en waar zij investeren. Bij S4 Energy zien we dit als een van de bepalende infrastructuurvraagstukken voor Europa in het komende decennium.
De landen en regio’s die succesvol zullen zijn, zijn niet noodzakelijkerwijs degenen die de meeste gigawatts aankondigen. Het zijn de landen en regio’s die energiebronnen kunnen vertalen naar daadwerkelijk realiseerbaar en investeerbaar vermogen, binnen termijnen die aansluiten bij economische kansen.
Het concurrentievermogen van Europa zal blijven afhangen van innovatie, vaardigheden, kapitaal en industriebeleid. Maar al deze factoren zullen in toenemende mate afhankelijk zijn van iets fundamentelers: kunnen we het benodigde vermogen op tijd beschikbaar krijgen?
Dit is een ingezonden bijdrage van S4 Energy. Via deze link vind je meer informatie over de mogelijkheden van het bedrijf.