Belgische bedrijven zijn meer geneigd om een beroep te doen op Europese datacenters inzake privégebruik. Dat blijkt uit onderzoek van Whitelane Research bij de grootste organisaties in België en Luxemburg. Toch blijft de publieke cloud prominent aanwezig.
15 procent van de Europese organisaties is van plan om het gebruik van Europese datacenters gevoelig uit te breiden. 39 procent wil het huidige gebruik handhaven.
Het recent onderzoek van Whitelane Research behelst zowat 2.500 organisaties in België en Luxemburg, een staalkaart van wat er beweegt inzake IT-plannen. Opvallend is dat zowat één op vijf nog geen idee heeft wat zijn datacenter-plannen zullen zijn. “Bedrijven zijn er in elk geval wel mee bezig, met name in bepaalde domeinen”, beaamt Jef Loos, head of research Europe bij Whitelane Research.
Publieke sector en banken voorop
Sommige sectoren zijn namelijk een voorloper inzake de switch naar lokale infrastructuur. Zo geeft maar liefst 31 procent van organisaties uit de publieke sector in het onderzoek van Whitelane Research aan om het gebruik van lokale, Europese datacenters significant uit te breiden.
In de financiële sector wil 17 procent het lokale gebruik gevoelig opvoeren. Andere sectoren zijn in dat kader minder voortvarend. Zo ligt bij manufacturing & chemicals het percentage op 7 procent.
Publieke cloud blijft evenwel prominent
Dit betekent niet dat de publieke cloud op retour is. Uit het onderzoek van Whitelane Research blijkt dat meer dan 30 procent van de bedrijven van plan is om het gebruik van public cloud zelfs verder uit te breiden, ook al is dat een daling tegenover bijna 40 procent een jaar eerder.
Kortom, de afhankelijkheid van bijvoorbeeld internationale cloudspelers blijft heel groot, maar de vanzelfsprekendheid ervan neemt langzaam af. In de publieke sector bouwt 18 procent het public cloudgebruik af, en ook in de financiële sector heeft men steeds vaker reserves.
Van cloud first naar cloud smart
De evolutie past in een breder kader. Na jaren waarin ‘cloud-first’ de standaard was, verschuift de focus van organisaties naar een meer doordachte infrastructuurstrategie. “De taal van cloud-first maakt plaats voor cloud-smart, waarbij de publieke cloud essentieel blijft maar niet langer als het antwoord op alles wordt gezien”, stelt Ben Adams, Enterprise Cloud Advisor, bij Cloud Latitude, die zich omschrijft als leveranciers-neutrale cloudadviseur.
Bedrijven stappen dus niet massaal af van de publieke cloud, maar heroverwegen per workload wat de beste plek is op basis van kosten, prestaties, regelgeving en operationele geschiktheid. “Factoren zoals onvoorspelbare kosten, de zware eisen van AI-workloads, strengere regelgeving en de risico’s van vendor lock-in dwingen organisaties om verder te kijken dan alleen de publieke cloud.”
Factuur van Microsoft
Heel vaak wordt het brede streven naar soevereiniteit genoemd. Maar volgens Jef Loos van Whitelane Research, blijft digitale soevereiniteit voorlopig vooral een intentie. “Iedereen zegt dat ze digitale soevereiniteit belangrijk vinden. Maar wij zien momenteel maar weinig actie.”
Die (lichte) terugval in groei van de publieke cloud heeft volgens Loos echter weinig met soevereiniteit te maken: “Als er een slowdown is in het gebruik, dan komt dat niet zozeer door soevereiniteit. Het komt vooral door de factuur van Microsoft die de hoogte in is gegaan.”
What are your plans for using European (private/insourced) data centers?
Bron: Whitelane Research 2026