4min Security

MIT luidt noodklok: AI schrijft essays, studenten skippen colleges

MIT luidt noodklok: AI schrijft essays, studenten skippen colleges

Een commissie van het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT) concludeert dat AI vrijwel elke schriftelijke opdracht in het bachelorcurriculum geloofwaardig kan maken. Volgens het rapport daalden in minder dan drie jaar het bezoek aan spreekuren, de deelname aan online discussies en het aantal studiegroepen. In Europa gelden echter heel andere regels voor toezicht dan in de VS.

Het gaat niet om een kleine categorie van opdrachten en werken. De ad-hoccommissie van MIT noemt essays, wis- en natuurkundeopgaven, bewijzen en programmeeropdrachten. Op al die vlakken leveren de modellen volgens het rapport inmiddels bruikbare antwoorden af.

De opvallendste bevinding gaat echter niet over fraude. Studenten kiezen voor AI, of voelen daar druk toe en dat verandert de campuscultuur ingrijpend. Minder studenten komen door het gebruik van kunstmatige intelligentie langs bij docenten en de deelname aan online discussies loopt terug. Volgens signalen binnen het instituut worden ook de fysieke studiegroepen in studentenhuizen en bibliotheken alsmaar kleiner.

Andere toetsvormen in plaats van detectiesoftware

Het rapport blijft niet bij een diagnose. MIT pleit voor mondelinge examens, projecten, portfolio’s en presentaties in plaats van een zware weging van zaken als huiswerk en essays. Elke cursus zou bovendien expliciet moeten vastleggen of AI is toegestaan, verplicht of verboden.

AI-detectiesoftware krijgt daarbij nadrukkelijk geen hoofdrol. Volgens de commissie moeten opdrachten zo worden ontworpen dat echte beheersing zichtbaar wordt. Ook stelt MIT permanente governance voor, met AI Leads per faculteit.

Andere Amerikaanse instellingen kozen wel voor direct toezicht. Zo verbood de rechtenfaculteit van de University of Chicago dit jaar telefoons en laptops in eerstejaarsvakken. Princeton schrapte na een fraudeschandaal een erecode van ruim een eeuw oud.

Lees ook: AI-watermerken zijn onzichtbaar maar overal aanwezig

Europa reguleert het toezicht zelf

In de EU ligt de discussie anders. Daar is niet het spieken, maar het meekijken het gereguleerde gedrag. Onderwijs valt onder bijlage III van de AI Act, waardoor systemen voor toelating, beoordeling van leerresultaten en het monitoren van verboden gedrag tijdens toetsen als hoog risico gelden. Emotieherkenning in het onderwijs is sinds februari 2025 zelfs volledig verboden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van biometrische data, zoals gezichtsuitdrukkingen, stemgeluid of oogbewegingen. Zo kan er geanalyseerd worden of men gestrest, afgeleid of nerveus is. In het onderwijs werd dit vooral ingezet door surveillancesoftware om verdacht gedrag bij online toetsen automatisch te signaleren.

Die hoog-risicoverplichtingen zouden deze maand ingaan. Via de Digital Omnibus zijn ze verschoven naar 2 december 2027, wat instellingen en hun softwareleveranciers extra tijd geeft om compliant te worden. Voor hoog-risico-AI in gereguleerde producten uit bijlage I geldt zelfs 2 augustus 2028 als ingangsdatum.

Dat onderwijsinstellingen daarmee worstelen, is niet nieuw. Eerder schreven we al dat overheden moeite hebben met hoog-risico-AI. De Nederlandse onderwijsvereniging SURF adviseerde instellingen daarnaast Microsoft 365 Copilot voorlopig niet te gebruiken vanwege privacyrisico’s. MIT beraadt zich intussen op een bredere herziening van het eigen onderwijsmodel.

Een korreltje zout bij de cijfers

Toch kijken sommige analisten met een gezond korreltje zout naar dergelijke alarmistische signalen vanuit Cambridge. Het instituut publiceert met regelmaat onderzoeken die de markt op scherp zetten, maar de context nuanceert het beeld vaak flink. Zo kopte MIT vorig jaar in het rapport The GenAI Divide nog dat maar liefst 95 procent van alle AI-initiatieven in het bedrijfsleven faalt om echte impact te maken.

Die 95 procent bleek bij nadere lezing vooral te gaan over losstaande pilots en oppervlakkige experimenten. Organisaties die AI diep in hun backofficeprocessen en enterprise-architectuur integreren, zagen juist wel degelijk structurele winst. Aan de ene kant staat de student die AI moeiteloos inzet. Aan de andere kant het bedrijfsleven, waar projecten massaal stranden. Dit contrast laat zien dat ook de rapporten van MIT momentopnames zijn. Het toont vooral een technologie in ontwikkeling, maar zeker niet de absolute waarheid.