Connectiviteit zal nooit een sexy onderwerp worden. Maar wanneer ze goed is ontworpen, merk je er niets van, zelfs niet wanneer er zich een incident voordoet. In een economie waarin data het kloppend hart vormen van zowat elke sector, is dat geen detail. Datatransport is uitgegroeid tot een kritische bedrijfsfunctie. Toch blijft de onderliggende infrastructuur vaak onderbelicht in digitale strategieën. Tot het misloopt. Want stilstand kost geld. Digitale transformatie veronderstelt dan ook een infrastructuur die tegen een stootje kan.
Waar redundantie vroeger werd gezien als een extra beveiligingslaag, is ze vandaag een absolute randvoorwaarde voor continuïteit. Een tweede verbinding of een extra datacenter volstaat niet langer. In heel wat omgevingen blijkt klassieke redundantie namelijk slechts schijnzekerheid. We zien regelmatig dat dubbele verbindingen bij een incident tegelijk uitvallen, bijvoorbeeld omdat ze hetzelfde traject volgen, op hetzelfde punt samenkomen of via gedeelde infrastructuur lopen.Digitale weerbaarheid vraagt daarom om een andere manier van denken. Niet vertrekken van het idee dat storingen uitzonderlijk zijn, maar het netwerk ontwerpen alsof elk onderdeel kan falen. Die ‘resilience by design’-benadering maakt redundantie niet optioneel, maar structureel.
Van technische maatregel naar strategische vereiste
Nieuwe regelgevingen zoals NIS2 en DORA versnellen die evolutie. Ze verplichten organisaties om risico’s rond IT- en netwerkuitval actief te identificeren en te beheersen. Redundantie verschuift daardoor van een technische keuze naar een strategische verantwoordelijkheid. IT-verantwoordelijken moeten aan directies en raden van bestuur aantonen dat bedrijfsprocessen robuust zijn ingericht, en dat begint bij connectiviteit.
Dat zien we ook terug in risk registers, waar netwerkafhankelijkheid steeds prominenter wordt. In hybride IT-landschappen, met een mix van on‑premises systemen, cloudplatformen, AI‑toepassingen en verspreide vestigingen, kan één zwakke schakel volstaan om de volledige werking te onderbreken.
Opnieuw aandacht voor private netwerken
Parallel groeit de vraag naar private en dedicated netwerken. Niet uit nostalgie, maar uit noodzaak. Alleen zo krijgen organisaties garanties op vlak van prestaties, latency, verkeersscheiding en effectieve failover. Steeds vaker kiezen bedrijven voor meerdere fysiek gescheiden tracés, combineren ze verschillende technologieën en zelfs meerdere leveranciers om maximale beschikbaarheid te bereiken. In sectoren zoals gezondheidszorg, finance, industrie en media wordt doorgedreven redundantie stilaan de norm.
De Belgische context: extra complexiteit
België vormt daarbij een specifieke uitdaging. De complexe ondergrondse infrastructuur, intensieve werken aan energie- en telecomnetwerken en blijvende risico’s op graafschade maken netwerkarchitectuur bijzonder gevoelig. Dat werd dit jaar nog duidelijk bij een Belgisch mediahuis. Ondanks een dubbele verbinding kwam de productie volledig stil te liggen omdat beide lijnen op één punt samen liepen. Het incident toonde hoe cruciaal aantoonbare, fysieke scheiding is. Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk.
Redundantie als enabler van innovatie
Een robuuste infrastructuur mag innovatie nooit afremmen. Integendeel: ze moet haar mogelijk maken. Door redundantie als uitgangspunt te nemen, kunnen netwerken meeschalen met nieuwe toepassingen en risico’s. Open netwerkmodellen, fysiek gescheiden routes en gelijkwaardige failover zonder prestatieverlies zorgen ervoor dat connectiviteit geen beperkende factor wordt. Digitale innovatie vraagt durf, maar ook onderbouwde keuzes. Organisaties die vandaag investeren in doorgedreven redundantie bouwen aan vertrouwen, continuïteit en veerkracht. Niet met meer bandbreedte alleen, maar met een netwerkarchitectuur die structureel is ontworpen om dingen op te vangen wanneer ze misgaan.
Dit is een ingezonden bijdrage van Eurofiber. Via deze link vind je meer informatie over de mogelijkheden van het bedrijf.