5min Personeel

2026 is het jaar waarin AI-gebruik op werk geen keuze meer is

Gebruik ervan wordt afgedwongen

2026 is het jaar waarin AI-gebruik op werk geen keuze meer is

Lange tijd werd kunstmatige intelligentie in de tech-sector gepresenteerd als een nieuw speeltje. Een optionele AI-assistent die het werk net wat sneller of leuker maakte, handig toch? Die tijd van vrijblijvendheid is echter definitief voorbij.

Van de kantoren in Silicon Valley tot de bescheiden kantoortuinen van Europese startups is een nieuwe realiteit ingedaald. Wie niet meedoet met AI, ligt eruit. Bedrijven als Google, Meta en Amazon willen resultaten zien, maar dwingen het gebruik van AI onder werknemers ook steeds meer af. Beoordelingen en promotiekansen worden direct gekoppeld aan prestaties, iets wat onlangs nog bleek bij Accenture.

De kern van die verschuiving ligt in hoe succes wordt gemeten. Waar voorheen output de belangrijkste graadmeter was, wordt nu ook de manier waarop die output tot stand komt onder de loep genomen. Zo beschrijft The Wall Street Journal een casus over Conductor. Dat is een digital marketing startup waar werknemers een AI-competentiescore krijgen van een tot vijf.

De hoogste score krijgen medewerkers niet alleen door zelf AI te gebruiken, maar door systemen te bouwen die de workflow van collega’s verbeteren. Daarbij wordt een wortel voorgehouden als drijfveer, namelijk een vakantiebonus van duizenden dollars voor het beste AI-gedreven proces. De stok die wordt gebruikt is dat kandidaten tijdens het sollicitatieproces moeten aantonen om te kunnen omgaan met AI en het oplossen van complexe problemen. Kun je dat niet, dan is er ook geen plek bij het bedrijf voor je.

Bij tech-reuzen als Meta en Google is de aanpak systematischer. Zo houdt Meta’s nieuwe beoordelingssysteem exact bij hoeveel regels code een programmeur heeft geschreven met behulp van AI. Bij Google hebben managers dit jaar voor het eerst de expliciete ruimte gekregen om AI-gebruik mee te wegen in de jaarlijkse beoordelingen van software-engineers. De boodschap wat betreft AI-gebruik op de werkvloer is inmiddels glashelder. Kunstmatige intelligentie is geen extraatje meer, het is de nieuwe standaard voor professionele competentie.

Dogfooding als commerciële noodzaak

Werknemers zitten daardoor wel in een lastige spagaat. Ze worden gedwongen om te werken met AI, terwijl ze weten dat diezelfde technologie hun banen op de tocht kan zetten. Werkgevers verwachten een enthousiaste houding ten opzichte van systemen die de werknemer op termijn paradoxaal genoeg overbodig kunnen maken. Wie niet meewerkt aan zijn eigen automatisering, wordt als irrelevant bestempeld.

De vraag rijst waarom de druk bij bedrijven als Microsoft, Amazon en Google juist nu zo hoog is? Het antwoord draait grotendeels om commercie. Genoemde bedrijven investeren miljarden in de ontwikkeling van AI-modellen en cloud-infrastructuur. Als zij hun eigen personeel niet kunnen overtuigen om deze tools te gebruiken, hoe kunnen ze diezelfde tools dan verkopen aan Fortune 500-klanten?

Big Tech investeert recordbedrag van 650 miljard dollar in AI-race

Dit fenomeen staat bekend als dogfooding, oftewel je eigen hondenvoer eten. Het intern afdwingen van AI-gebruik dient als het ultieme proof of concept. Het stelt deze bedrijven in staat om harde data over ROI aan te leveren bij potentiële klanten. De werknemer is in zulke scenario’s dus niet alleen de producent, maar ook proefkonijn en uithangbord. Het interne succesverhaal is immers de beste marketingbrochure, zo stellen veel bedrijven.

Kwantiteit vs kwaliteit

Een kritisch punt in deze ontwikkeling is de manier waarop AI-fluency wordt gekwantificeerd. AI-fluency is het vermogen van een werknemer om AI-tools vlot en effectief te integreren in de dagelijkse workflow. De focus op meetbare eenheden, zoals het aantal gegenereerde coderegels of het gebruik van AI-agents voor verlofaanvragen, brengt een risico met zich mee.

Zo is AI geen statische tool zoals bijvoorbeeld Excel wel is. Het gebruik van artificiele intelligentie vereist experimenten en kritisch inzicht. Door AI-gebruik te bureaucratiseren, dwing je werknemers tot het uitvoeren van een toneelstuk. AI wordt gebruikt om aan de regels te voldoen, niet om het probleem beter op te lossen. Beloningssystemen die focussen op AI-output geven ook vaak de voorkeur aan kwantiteit boven kwaliteit. Hierdoor kan een beknopte, handgeschreven oplossing onterecht worden ondergewaardeerd ten opzichte van een omvangrijke hoeveelheid door AI gegenereerde code.

Einde van de vrijblijvendheid

De techsector loopt voorop en laat zien wat de rest van de arbeidsmarkt te wachten staat. Wat er nu al speelt bij bedrijven als Google, wordt over een paar jaar normaal voor andere sectoren zoals advocaten of accountants. We lijken aan het begin te staan van een nieuwe kloof op de werkvloer. Niet die tussen mens en robot, maar tussen mensen die AI kunnen aansturen en mensen die dat niet kunnen of willen.

Andrew Anagnost, CEO van Autodesk, meldde daar eerder al over dat er altijd een groep mensen zijn, die AI weigeren te gebruiken. Op de lange termijn hebben die echter geen toekomst binnen hun bedrijf. De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Fan zijn van AI is echt niet nodig, maar het gebruiken alsof je baan ervan hangt is wel een must. Want dat is immers de realiteit, stelt Anagnost.